Feestdagen
4 Juni
Transsubstantiatie
Olieverf op paneel, middenpaneel 200 x 97 cm (detail)
Antwerpen, Museum voor Schone Kunsten
Transsubstantiatie
Concilie van Lateranen 1215
Sacramentsdag kan niet los gezien worden van het Vierde concilie van Lateranen dat in 1215 onder paus Innocentius III gehouden werd. Op het concilie werd de Inquisitie opgericht tegen de 'ketterse' beweging van de Albigenzen of katharen. De ongerustheid van de kerk werd niet in eerste instantie gewekt door hun afwijkende Godsgeloof, maar door hun claim dat sacramenten, en met name het sacrament van de Eucharistie, niet nodig waren om heil te verwerven.
Vierde
Concilie
van
Lateranen
Concilie van Lateranen IV: Uit Hoofdstuk 1: Over het katholieke geloof (11 november 1215): Waarlijk is er een algemene Kerk van gelovigen, waarbuiten geen enkele gered kan worden, waarin de priester zelf tevens (idem) het offer is: Jezus Christus, wiens Lichaam en Bloed in het sacrament van het altaar, onder de gedaanten van brood en wijn waarachtig tegenwoordig is, als door goddelijke kracht het brood in het Lichaam en de wijn in het Bloed wezenlijk veranderd wordt .
In hoofdstuk 1 van de conciliedocumenten werd voor het eerst de term transsubstantiatie (transsubstantiatis) gebruikt als omschrijving van de verandering van brood en wijn tijdens de Eucharistie.
Catechismus
Mijn Catechismus ten gebruike van al de bisdommen van België’ uit 1954 vatte het leerstuk van de Transsubstantiatieleer als volgt samen (ik kan de antwoorden na zoveel jaren nog feilloos opdreunen): De heilige eucharistie is het offer en het sacrament waarin Jezus-Christus zelf, onder de gedaante van brood en wijn, tegenwoordig is, geofferd wordt en genuttigd. Jezus-Christus blijft tegenwoordig in de heilige Eucharistie totdat de gedaanten van brood en wijn verdwenen zijn.
In de middeleeuwse 'wetenschappelijke' benadering van het begrip transsubstantiatie werd gesteld dat kenmerken als uiterlijk en smaak gelijk bleven, maar dat de 'substantie', het wezenskenmerk, veranderd werd door de woorden van de priester. Voor de leken werd dit mysterie via beelden, legenden en zogenaamde hostiewonderen duidelijk gemaakt.
elevatio
Het gevolg van het leerstuk van de transsubstantiatie was een ingrijpende verandering in de misliturgie. Tot aan de twaalfde eeuw stond de priester achter de altaartafel met zijn gezicht naar de gelovigen, een praktijk die na het tweede Vaticaans concilie weer in zwang kwam. Om de nadruk te leggen op het mysterie van de Eucharistie werd, in het begin van de dertiende eeuw, door een synode te Parijs voorgeschreven dat de priester de mis voortaan moest opdragen met de rug naar de gelovigen. Hij diende bovendien na de consecratie de gewijde hostie boven zijn hoofd te heffen. Deze zogenaamde elevatio werd in 1215 tot algemene praktijk verheven.
Op een detail van het Triptiek van de zeven Sacramenten van Rogier van der Weyden wordt de elevatio afgebeeld. Op de banderol van de engel staat een uitspraak van kerkvader Ambrosius uit De sacramentis: Dit brood is door toedoen van de Heilige Geest gevormd in een maagd, en door het vuur van de Passie bereid aan het kruis.
Door vele gelovigen werd het bekijken van de hostie die de priester bij de consecratie opheft, beschouwd als het belangrijkste moment van de misliturgie. Vele gelovigen beperkten daarom hun deelname aan de eredienst tot het ogenblik van de elevatie. Daarna verlieten zij de kerk en liepen naar een andere kerk om de opheffing ook daar te zien.
Tijdens het Concilie van Trente (1545-1563) werd het leerstuk van de transsubstantiatie herbevestigd.
Mijn eerste – en misschien ook wel grootste – teleurstelling wat de geloofsleer betreft heeft te maken gehad met de transsubstantiatie, in kindertaal 'Jezus zelf zal in je hartje komen' .
Verhaal
van mijn
Eerste Communie
6 mei 1951.
Op donderdag 3 mei (ik was toen nog net geen zeven jaar oud) gingen we voor het eerst biechten. Na een grondig gewetensonderzoek aan de hand van vragen die de juffrouw ons gesteld had, lukte het aardig om een paar zonden bij elkaar te sprokkelen.
Daarna gingen we oefenen hoe we te communie moesten gaan: geknield op de communiebank, handjes onder het kleed, oogjes dicht en tong uitgestoken. We kregen wat een niet geconsacreerde hostie werd genoemd om te leren hoe we die moesten doorslikken zonder met de vingers aan te raken, en, dat was het allerbelangrijkste, zonder er op te bijten. Als we dat zouden doen zou de hostie gaan bloeden.
De pastoor – die bij deze oefening aanwezig was – benadrukte dat het niet gold voor deze hostie, maar dat zondag Jezus in de hostie aanwezig zou zijn, en dat we dat in ons hartje zouden voelen.
Ik kan de teleurstelling niet beschrijven toen ik tijdens de eerste communieviering geen enkel verschil merkte met de ‘oefenhostie’. Ik wist zeker dat ik sinds de biecht op donderdag geen zonden meer begaan had, en mijn allesoverheersende gedachte was dat ze ons iets hadden wijs gemaakt.
Toen ik het na de mis huilend aan mijn grootmoeder vertelde, probeerde ze mij te troosten door te zeggen dat ik niet zo diep over die dingen moest nadenken. Goed bedoeld, maar de kwestie bleef mij bezighouden.
Ik heb er nachten over gepiekerd, en enkele communies verder heb ik besloten om de proef op de som te nemen: ik heb op de hostie gebeten, en er gebeurde niets. Mijn vriendinnetje was ontzet toen ik het vertelde, en zij vond dat ik dat moest gaan biechten, maar dat heb ik niet gedaan. Ik ben nog honderden keren te communie gegaan, ook al wist ik zeker dat Jezus niet in mijn hartje kwam.
Na het Tweede Vaticaans concilie (1962 -1965) werd de communie op de tong afgeschaft en mochten we de hostie gewoon aanraken. Veel priesters boden bij het te communie gaan de hostie aan met de woorden: het brood van Christus. Maar toen maakte ik me al lang niet druk meer over de vraag of ik het ‘Lichaam van Christus’ ontving.
39
Nieuwsbrief
Neem een gratis abonnement op de nieuwsbrief en ontvang een dagelijkse update!.

Leo van der Stappen
2025-06-20 13:59:21Mooi persoonlijk verhaal