Heiligen
26 September
Cyprianus en Justina
Perkament, Frans, Parijs, Bibliothèque nationale de France
[Fr.245] Folio 109 recto
A western painting of the martyrdom of Justina and Cyprian, probably 18th century.
This image appears on Wikimedia Commons without any information regarding author or date.
Perkament, Latijn met Franse opschriften, 275 x 175 mm Londen, British Library
[Royal 2 B VII] Folio 268 recto (ondermarge)
Missaal
H. Cyprianus, martelaar
en H. Justina, Maagd en martelares
26 september
Zij werden onthoofd te Nikomedië omstreeks 304.
Legenda
aurea
Justina, een meisje uit Antiochië, dochter van een afgodenpriester, hoorde elke dag wanneer zij aan het raam zat de diaken Prelius het evangelie lezen en werd tenslotte door hem bekeerd. Dit meisje Justina werd voortdurend lastiggevallen door Cyprianus, maar uiteindelijk bekeerde zij hem tot het geloof.
Cyprianus, moet men weten, was van kindsbeen af een tovenaar geweest, want toe hij zeven jaar was, was hij door zijn ouders aan de duivel toegewijd. Omdat hij brandde van liefde voor het meisje Justina, nam hij zijn toevlucht tot toverkunsten om haar in te palmen. Hij riep dus een demon om bij hem te komen en te zorgen dat hij Justina in bezit kon krijgen.
Légende dorée
in de
Bibliothèque nationale de France
De demon verscheen en zei: Neem deze zalf en strijk ze aan de buitenkant rondom haar huis. Dan zal ik komen en haar hart in liefde voor u ontsteken en haar dwingen uw wil te doen. De volgende nacht ging de demon haar huis in en probeerde haar hart te prikkelen tot een verboden liefde. Toen zij dit merkte beval ze zich vol vertrouwen aan bij de heer en wapende heel haar lichaam met het kruisteken. Op het teken van het heilig kruis nam de duivel verschrikt de benen, ging naar Cyprianus en ging voor hem staan. Cyprianus zei tegen hem: Waarom hebt u dat meisje niet voor mij meegebracht? De demon antwoordde: Ik zag een teken op haar, ik werd slap en alle kracht die in mij was liet mij in de steek.
Welke gedaante de demon ook aanneemt, al zijn pogingen om Justina te verleiden mislukken als Justina het kruisteken maakt. Aan het eind van het verhaal verzaakt Cyprianus aan de duivel. Jacobus de Voragine vervolgt: En nadat hij had verteld wat hem was overkomen, liet hij zich door de bisschop dopen. En toen de bisschop stierf, werd hij zelf tot bisschop gewijd. Het heilige meisje Justina plaatste hij in een klooster en hij maakte haar daar abdis over vele godgewijde maagden.
Justina
en
Cyprianus
in een ketel vol met was, pek en vet
Toen de bewindhebber van dat gebied de faam van Cyprianus en Justina ter ore kwam. Liet hij hen bij zich aandienen en vroeg hun of ze wilden offeren. Toen zij standvastig in het geloof in Christus volhardden, liet hij hen in een ketel vol met was, pek en vet zette, maar dit gaf hun juist een heerlijke verkwikking en betekende in het geheel geen straf.
De afgodenpriester zei tot de prefect: Laat mij voor de ketel gaan staan: dan zal ik in een keer al hun kracht tenietdoen. Toen hij bij de ketel was gekomen zei hij: Een grote god is Hercules en de vader der goden Jupiter! En zie, onmiddellijk ging er vuur van de ketel uit en verteerde de priester volkomen.
Toen trok men Cyprianus en Justina uit de ketel. Er werd vonnis over hen geveld en zij werden samen onthoofd. Hun lichamen werden voor de honden geworpen en bleven zes dagen liggen; daarna werden ze overgebracht naar Rome. Nu rusten ze, naar men zegt, in Piacenza. Zij stierven de marteldood op 25 september omstreeks het jaar des Heren 287, onder Diocletianus.
Er is geen enkel bewijs dat ze ooit bestaan hebben. Bij de wijziging van de Calendarium Romanum in 1969 verdween een aantal als legendarisch beschouwde heiligen uit de lijst van kerkelijke feestdagen. Justina en Cyprianus treft ook dit lot. Zoals eerder gezegd dateert mijn missaal uit 1950. Daarin wordt de Romeinse kalender gevolgd.
Romeins
martelaarsboek
26 September Te Nicomedië de geboorte van de Martelaren Cypriánus en de Maagd Justine. Nadat zij, onder keizer Diocletiánusen de landvoogd Eutólmius, veel voor Christus verduurd had, heeft zij ook Cypriánus zelf, die tovenaar was en haar door zijn toverkunsten trachtte te misleiden, tot het Christengeloof bekeerd. Later onderging zij tegelijk met hem de marteldood. Hun lichamen aan de wilde dieren voorgeworpen, werden 's nachts door enige christelijke schippers weggehaald en naar Rome vervoerd. Daarna zijn zij overgebracht naar de basiliek van Constantijn en dicht bij de doopvont begraven.
Op deze miniatuur uit een Franse uitgave van de Legenda Aurea, vervaardigd aan het eind van de van de vijftiende eeuw, zien we links in het midden Cyprianus lezend in een (tover?)boek; daarnaast de eerste duivel die Justina poogt te verleiden. Aan de ingang van het gebouw overhandigt de tweede duivel de pot met zalf die Cyprianus op Justina's huis moet smeren. De scène linksonder, Justina die twee kreupele mannen zegent, wordt in de Legenda aurea niet beschreven.
Over deze afbeelding van Cyprianus en Justina in de ketel met kokend pek en vet heb ik geen nadere bijzonderheden kunnen vinden. De man in het groen is de priester die zelf door het vuur verteerd wordt.
The Queen Mary Psalter
De scène met de onthoofding staat in de ondermarge van folio 268 in The Queen Mary Psalter – met stip mijn favoriet onder de manuscripten in de British Library in Londen. Het is met meer dan duizend afbeeldingen een van de uitgebreidste geïllustreerde Bijbelse manuscripten die ooit zijn gemaakt. Het manuscript dankt zijn naam niet aan de oorspronkelijke eigenaar, maar aan Queen Mary I, aan wie het in 1553 - meer dan 200 jaar nadat het gemaakt werd - werd geschonken door een enthousiaste douanefunctionaris die de export van het manuscript uit Engeland had voorkomen.
15
Recente Blogs
Categorieën
Nieuwsbrief
Neem een gratis abonnement op de nieuwsbrief en ontvang een dagelijkse update!.
