Heiligen
10 April
Macarius
Olieverf op doek, 297 x 222 cm
Gent, Sint Baafskathedraal, Macariuskapel
52 aan elkaar genaaide vellen perkament, 29,80 meter lang x 19 cm breed, bevestigd aan houten rol,
lederen omslag met stempelversiering 48 cm x 19 cm ; koperbeslag.
Gent, Sint-Baafskathedraal [Inv 742]
Miniatuur ca. 35 cm x 19 cm; Vier Gentse heiligen
Missaal
Macharius
10 april
Stijn
van der
Linden
Macarius van Antiochië
Antiochië – 10 april 1012 Gent
Ook Macarius van Gent genoemd
Bisschop van Antiochië en kwam als pelgrim naar het westen. Zijn Vita uit 1067 vermeldt dat hij in Jeruzalem werd gekruisigd, maar door een wonder werd bevrijd. Werd ca 1010 opgenomen door de benedictijnen in de Sint-Baafsabdij, waar hij stierf aan de toen heersende pest.
Patronaten
&
Iconografie
Patroonheilige van Gent en Mons (Bergen); aangeroepen tegen besmettelijke ziekten en de pest.
Afgebeeld als bisschop in ornaat met mijter en in de ene hand het patriarchaal kruis en in de andere hand een steen met drie spijkers. Het verhaal in zijn Vita luidt dat hij tijdens bekeringen van joden en mohammedanen gekruisigd en op wonderbaarlijke wijze weer bevrijd werd. ‘Bose en quade lieden’ nagelden hem met drie spijkers aan de grond en legden een gloeiende steen op zijn borst. Als bij wonder begon de grond echter te trillen, de nagels schoten los en de gloeiende steen werd weggeworpen.
Als pestpatroon gaat hij gekleed in een pluviale met een mijter, biddend te midden van pestlijders.
Na een verblijf van enkele maanden in de Sint-Baafsabdij brak in de stad een epidemie uit die vele dodelijke slachtoffers maakt. De monniken vroegen Macarius te bidden voor het welzijn van de stad. Na drie dagen bidden openbaart God hem in een visioen dat de stad van de plaag zal verlost worden, indien hij zich opoffert en eveneens aan de ziekte overlijdt.
Gaspar
de
Crayer
Gaspar de Crayer heeft Macarius uitgebeeld als patroon tegen de pest. Hij wordt centraal geknield voorgesteld in bisschopsgewaad, met koorkap waarop de beeltenissen van apostelen, en een mijter. Macarius strekt de armen uit en kijkt naar de hemel terwijl een vlammende pijl, als symbool van de pest, ook zijn eigen borst raakt. Achter hem geeft een diaken aalmoezen aan de armen. Pestlijders liggen in de voorgrond neer. Voorgesteld in een interieur met uitzicht op een kerk en een begrafenisstoet.
Dodenrol
van de
Sint-Baafsabdij
Ik citeer een artikel uit OKV (Openbaar Kunstbezit in Vlaanderen) uit 1974:
Op de miniatuur zijn vier patroonheiligen van de abdij voorgesteld; het zijn geen portretten maar in de traditie gegroeide voorstellingen (idiogrammen). In het midden zit de H. Bavo op een bank. Hij heeft een staf en een boek in de handen; aan zijn voeten rusten twee vergulde leeuwen en het wapenschild van de abdij. De heilige is hier als edelman voorgesteld.
Uiterst links staat de H. Livinus met een mijter op het hoofd; hij houdt zijn attribuut, een tang met een tong, in de hand. Zie de blog Livinus voor meer informatie over deze heilige.
Aan de andere zijde prijkt de H. Macharius met zijn attributen: het bisschoppelijk gewaad, het patriarchaal kruis en een steen met drie nagels in. Tenslotte is de H. Landoaldus met een kardinaalshoed op het hoofd voorgesteld. Sinds het midden van de tiende eeuw wordt hij in Vlaanderen plaatselijk vereerd, maar over zijn leven is niets met zekerheid bekend.
Vóór die vier heiligen knielt een abt en op de voorgrond ligt een monnik uitgestrekt op een gevlochten mat. In de middeleeuwen bestond het gebruik, dat stervenden op een mat van gevlochten stro of biezen werden gelegd. Daardoor werd het verlangen uitgedrukt om bij het stervensuur het contact met moeder aarde te herstellen. Een christen mens beschouwde het ook als een schande te sterven in de weelde van een bed, terwijl de Zoon van God gestorven was op het kruis. Soms weigerde hij de luxe van een doodskist en werd hij gerold in een lijkwade of eenvoudig in die dodenmat en aldus aan de aarde toevertrouwd.
De miniatuur, wellicht uitgevoerd door een Gents kunstenaar, is zeker geen eersterangswerk. Opvallend is de stroefheid van de aangezichten en van de houdingen. Doch, wordt dat alles niet verklaard door het feit, dat het opstellen van een dodenrol een vorm van piëteit was tegenover de doden en dat men daarvoor geen beroep heeft gedaan op een groot kunstenaar, maar eenvoudig op een kloosterling om de miniatuur te tekenen. Daarenboven rijst de vraag in welke mate men hier vasthangt aan een vroeger geijkt schema waarvan men niet gaarne afweek. Immers, op de dodenrol van abt Marcatellis van 1507-1508, dat is honderd jaar later, komt dezelfde miniatuur met dezelfde vier heiligen nog voor.
Voor meer informatie zie OKV: De dodenrol in de Sint-Baafsabdij
26
Recente Blogs
Categorieën
Nieuwsbrief
Neem een gratis abonnement op de nieuwsbrief en ontvang een dagelijkse update!.
