Mariafeesten

8 December
Onbevlekte Ontvangenis

Jean Bellegambe, Zwangere Anna, ca. 1510-20
Olieverf op paneel, 36 x 26 cm
Douai, Musée de la Chartreuse
Giotto di Bondone, Leven van Jezus en Maria, 1304-1305
Fresco
Padua, Arena kapel
Ontmoeting bij de Gouden Poort
Gelders Getijdenboek, Utrecht of Gelderland, ca. 1420
Perkament, Nederlands, 125 x 90 mm
Londen, British Library [ Additional 50005 ]
Folio 4 verso: Ontmoeting bij de Gouden Poort
Getijdenboek Catharina van Kleef, Noord- Nederland, ca. 1440
Tempera en goud op perkament, Latijn, 192 x 130 mm
New York, The Pierpont Morgan Library
Folio 144: Prime: Ontmoeting bij de Gouden Poort

De Onbevlekte Ontvangenis van de Heilige Maagd Maria
8 december

Missaal

Paus Pius IX heeft op 8 december 1854 als geloofspunt vastgesteld, dat de Moeder van Jezus zonder enige erfschuld was gebleven vanaf haar ontvangenis. Deze blijde huldedag aan de allerreinste Moeder Maria, reeds eeuwen lang gevierd, vestigt in de Adventtijd onze aandacht op de Moeder van de Verwachte Verlosser.

Epistel: Uit het boek van de Wijsheid 8, 22-35: Wat de schrift zegt over de eeuwige wijsheid van God, passen wij toe op haar, die, van eeuwigheid af, door Hem is voorbestemd om Jezus, zijn mensgeworden wijsheid te ontvangen.

Anders dan vaak wordt verondersteld duidt de term Onbevlekte Ontvangenis niet de conceptie aan van Christus in de schoot van Maria ( Annunciatie), maar de conceptie van Maria zelf in de schoot van haar moeder Anna. Volgens het leerstuk van de Onbevlekte Ontvangenis moest Maria, omdat zij was uitverkoren om moeder van Gods Zoon te worden, zelf onbezoedeld zijn. Als enige van alle mensen was zij vrij van erfzonde, sine macula. Deze opvatting werd in de loop van de twaalfde en dertiende eeuw een belangrijk theologisch geschilpunt, met name tussen de dominicanen en de franciscanen.

theologisch geschilpunt tussen dominicanen en franciscanen

De dominicanen meenden dat Maria na de conceptie in de moederschoot werd gereinigd van de erfzonde, de zogenaamde sanctificatie. De franciscanen daarentegen gingen er van uit dat Maria al geheiligd was vóór de grondlegging van de wereld en dat zij derhalve onbevlekt ontvangen moest zijn. Het standpunt van de franciscanen werd in 1482 officieel bevestigd door de pauselijke bul Grave Nimis van de franciscaanse paus Sixtus IV: Mater dei a peccato originali semper fuit praeservata Hij bepaalde ook dat het feest gevierd moest worden op 8 december - negen maanden voor het feest van de geboorte van Maria - en gaf zijn goedkeuring aan de bijpassende liturgie.

Deze gebeurtenissen – discussies en goedkeuring - worden weergegeven op het devotiepaneeltje met de zwangere Anna in het museum van Douai. Douai (Frans-Vlaanderen) was in die periode een belangrijke stad in het graafschap Vlaanderen.

Een vrij jonge Anna wordt geknield in gebed afgebeeld. Opvallend is de mandorla in haar schoot met daarin haar dochter Maria, zij heeft eveneens de handen in gebed gevouwen.

Het dispuut tussen de dominicanen – links – en de franciscanen – rechts – speelt zich af in de galerij van de woning van Anna en Joachim. De franciscaanse paus Sixtus IV, herkenbaar aan tiara en pauselijke staf, houdt zijn geopende bul Grave Nimis in de hand.

Op de achtergrond zien we, links Anna die een aalmoes geeft aan een kreupele bedelaar met vrouw en kind, daarboven, in de verte De engel verschijnt aan Joachim, en rechtsboven de voorstelling De ontmoeting bij de Gouden Poort, zoals we zullen zien, de traditionele manier om het moment van de onbevlekte ontvangenis van Maria voor te stellen.

Dogma van de Onbevlekte Ontvangenis

In de loop der eeuwen zijn er vier dogma´s over Maria gedefinieerd: haar goddelijk moederschap / Theotokos (Concilie van Efeze in 421), haar maagdelijkheid vóór, tijdens en na de geboorte van Jezus (Eerste Lateraans concilie in 649), haar Onbevlekte Ontvangenis (Paus Pius IX in 1854) en tenslotte haar Tenhemelopneming met lichaam en ziel (Paus Pius XII in 1950)

In de bul Ineffabilis Deus - God onzegbaar - wordt het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis aldus geformuleerd: De leer volgens welke de allerzaligste Maagd Maria vanaf het eerste moment van haar conceptie, door een bijzondere genade en een voorrecht van de Almachtige God, met het oog op de verdiensten van Jezus Christus, de heiland van de menselijke soort, werd bewaard vrij van iedere vlek van de erfzonde – deze leer is geopenbaard door God en moet daarom als vast en zeker door alle gelovigen worden aangehangen.

Eigenlijk vormen alle vier de dogma's een onoverkomelijk probleem omdat ze zo sterk geconcentreerd zijn rond de aardse, biologische feiten van het leven: bevruchting, conceptie, geboorte en dood. Maria is de kuisheid zelve, maar haar hele identiteit is gevormd rond de biologische feiten van het menselijk bestaan.

In de Bijbel wordt met geen woord gerept over de ouders van Maria, laat staan over haar Onbevlekte Ontvangenis. Het verhaal is ontleend aan de Apocriefe evangeliën.

Apocriefen

Apocrief betekent geheim, of verborgen, en de benaming wordt toegepast op Bijbelboeken uit zowel het Oude als het Nieuwe Testament die niet in de officiële canon van de Kerk zijn opgenomen. Behalve de vier ons bekende evangeliën bestaan er ook evangelieverhalen die geschreven zijn door andere apostelen. Zelfs Maria Magdalena zou haar versie van het Leven van Christus nagelaten hebben.

Jacobusevangelie

Het Jacobusevangelie, toegeschreven aan Jacobus, ‘de broeder des Heren’, is een oosterse vertelling die de Mariaverering in het Westen sterk heeft beïnvloed. Jacobus, de eerste bisschop van Jeruzalem, zou een zoon zijn van Jozef uit diens eerste huwelijk, en daardoor een stiefbroeder van Jezus. Hij schreef dus als ooggetuige van het leven van Jezus en Maria. Sommige geleerden dateren het Jacobusevangelie aan het eind van de eerste eeuw, vlak na de laatste geschriften van het Nieuwe testament.

Verhaal van de geboorte van Maria

In het Westen werden het en het eveneens apocriefe Thomasevangelie, dat voornamelijk handelde over de kindertijd van Jezus, gecombineerd om er twee boeken van te maken die beter met de leer van de kerk overeenkwamen: het Evangelie van Pseudo-Mattheüs en het Verhaal van de geboorte van Maria. Ze werden beide in het Latijn geschreven, waarschijnlijk al in de achtste of negende eeuw.

De invloedrijkste Westerse kerkvaders, Hiëronymus en Augustinus, stonden erg sceptisch tegenover deze apocriefe verhalen. De bewering dat Jezus broers gehad zou hebben werd categorisch van de hand gewezen. De legendarische verhalen over Maria en het Jezuskind waren inmiddels echter zo geliefd, dat hun verspreiding niet meer tegen te houden bleek.

Ook in de beeldende kunsten werden de uit Byzantium geïmporteerde apocriefe motieven overgenomen. Het is van belang om te weten dat rond 1300 de canonieke en de apocriefe evangelieverhalen naast en door elkaar gebruikt werden. De apocriefe verhalen dienden als het ware om de schaarse canonieke gegevens aan te vullen.

De omhelzing van de dolgelukkige oude echtelieden Joachim en Anna bij de Gouden Poort van Jeruzalem wordt gezien als het moment van de - onbevlekte - ontvangenis van Maria. Het verhaal wordt verteld in De geboorte van Maria of het Proto-evangelie van Jakobus. Ik citeer uit de vertaling van Dr. A. F. J. Klijn.

Joachim en Anna

1:1. In de Geschiedenissen van de twaalf stammen van Israël kwam Joachim voor, een zeer rijk man, die zijn offergaven dubbel bracht, want hij dacht: "Wat ik te veel offer zal voor het hele volk zijn en wat ik geef voor de vergeving van mijn zonden zal voor de Heer zijn, voor mijn verzoening."

2 Nu was de grote dag van de Heer nabijgekomen en de kinderen van Israël brachten hun gaven. En Ruben ging voor Joachim staan en zei: "Het is u niet toegestaan om uw offers het eerst te brengen, omdat gij geen nakomelingen hebt verwekt in Israël."

[…] En Joachim werd erg bedroefd en hij vertoonde zich niet aan zijn vrouw, maar hij begaf zich naar de woestijn; daar sloeg hij zijn tent op en vastte hij veertig dagen en veertig nachten […]

2:1 Intussen hief zijn vrouw Anna een dubbele weeklacht aan en jammerde: "Mijn weduwschap wil ik beklagen en ook mijn kinderloosheid."

4:1 En zie, er verscheen een engel van de Heer, die tot haar sprak: "Anna, Anna, de Heer heeft uw gebed verhoord. Gij zult ontvangen en baren en heel de wereld zal over uw nakomelingschap spreken." En Anna antwoordde: "Zo waar de Heer, mijn God, leeft, als ik een kind krijg, hetzij een jongen of een meisje, zal ik het als gave afstaan aan de Heer, mijn God, en het zal Hem zijn leven lang dienen."

3 Want een engel van de Heer was neergedaald en had tot hem gezegd: "Joachim, Joachim, de Heer God heeft uw gebed verhoord. Daal af van hier, want zie, uw vrouw Anna zal zwanger worden."

4:2 En zie, er kwamen twee boodschappers tot haar die zeiden: ‘Zie, uw man Joachim komt er aan met zijn kudden.’’

Omhelzing bij de Gouden Poort

4:4 En zie, daar kwam Joachim met zijn kudden. Anna, die bij de deur stond, zag Joachim aankomen, snelde naar hem toe, viel hem om de hals en zei: "Nu weet ik dat de Heer God mij rijk gezegend heeft, want zie, eerst was ik weduwe, maar nu niet meer; ik was kinderloos en nu zal ik zwanger worden." En Joachim rustte de eerste dag uit in zijn huis.

De laatste zin is veelzeggend. Onbevlekt betekent zonder zonde, niet zonder seks zoals vaak wordt beweerd.

Getijdenboeken

Het thema van de Onbevlekte Ontvangenis is vrij algemeen in de kunst van de veertiende tot de zestiende eeuw. Het komt in veel getijdenboeken voor.

Ik heb bewust gekozen voor twee Nederlandse voorbeelden uit de eerste helft van de vijftiende eeuw: een eenvoudig, klein exemplaar, nu in de British Library in Londen, met als onderschrift Hier ghemoet Anna Ioachim in der gulden poorten' , en het luxe manuscript, vervaardigd voor Catharina van Kleef, nu in de Pierpont Morgan Library in New York.


27

Reageren op deze Blog

Reacties op deze Blog zijn zeer welkom. Wel worden alle reacties gemodereerd en worden dus pas getoond na acceptatie. Bij reacties wordt uitsluitend uw naam getoond. Verdere gegevens worden nooit gedeeld.

Categorieën

Blog categorieën