Feestdagen
4 Juni
Sacramentsprocessie
Perkament, Latijn, 250 x 175 mm
Den Haag, Koninklijke Bibliotheek [KB, 128 D 30]
Folio 62 verso: initiaal: processie met H. Sacrament
Wieze, Parochiekerk Sint Salvator
Foto: Herman Heyvaert (26 mei 2025)
Sacraments
processie
Het belangrijkste personage van de Sacramentsprocessie was de priester, gekleed in koorkap, die de monstrans droeg met daarin het Allerheiligste. Het woord monstrans komt van het Latijn mostrare: laten zien, tonen. De oudere benaming is ostensorium, van het Latijn ostendere: tonen.
De priester liep achteraan onder een baldakijn (processiehemel of draaghemel). Het was een eer om baldakijndrager of troonhemeldrager te zijn. Dat gold zeker voor de erewacht die aan weerszijden van het baldakijn liepen met een zogenaamde flambouw in de hand. Zoals bij de meeste kerkelijke plechtigheden betrof het vaak de ‘betere standen’ die daarvoor in aanmerking kwamen.
In ons dorp waren dat onder andere de eigenaars van de (drie!) brouwerijen. Mijn vader placht toen op te merken dat het “beter zou zijn als ze hun werkvolk een frank meer zouden betalen in plaats van schijnheilig met een lampje naast het sacrament te lopen’’.
Er worden in Wieze al meer dan vijftien jaar geen processies meer gehouden, en het baldakijn heeft zijn functie als processiehemel verloren. Het baldakijn is grondig gerestaureerd bijde firma Slabbinck in Brugge en wordt nu bewaard in een speciale daarvoor gemaakte ijzeren bak waarvan de zijkanten in glas.
Voor alle duidelijkheid, op deze foto wordt het baldakijn getoond zonder de daarbij horende draagstokken.
mooie
herinneringen
Hoe dan ook, ik heb mooie herinneringen aan de Sacramentsprocessie, al was het een lange tocht die na de Hoogmis begon en pas tegen de middag was afgelopen. Gelukkig werd er bij belangrijke kapellen gestopt en konden we even rusten. Daar kreeg de monstrans met het Allerheiligste een mooie en centrale plek, hield de pastoor een korte preek en was er ook ruimte voor gebed en gezang.
Als de pastoor met het Allerheiligste voorbij kwam, knielde men uit eerbied. Mannen namen hun hoed of pet af. Langs de route hingen de vlaggen uit, en bij de meeste huizen stonden tafeltjes met heiligenbeelden, bloemen en brandende kaarsen; ‘’uitstellen’’ werd dat genoemd. En er werd schande gesproken van diegenen die er niet aan meededen.
Ik mocht voor het eerst meelopen als manteldrager in de processiegroep van de heilige Lucia, onze familieheilige, toen ik in de derde kleuterklas zat. Op zevenjarige leeftijd – in mijn eerste-communie-jurkje – mocht ik het ‘plak’ dragen. Uiteindelijk mocht ik de heilige Lucia zelf zijn.
Foto’s van deze processies komen aan de orde in de blog over Lucia van Syracuse op 13 december.
29
Recente Blogs
Categorieën
Nieuwsbrief
Neem een gratis abonnement op de nieuwsbrief en ontvang een dagelijkse update!.
