Met de scriptie Rogier van der Weyden en het materieel-technisch
onderzoek heb ik in 1999 de studie Cultuurwetenschappen aan de Open
Universiteit afgesloten.
Sindsdien heb ik lezingen en cursussen gegeven over de schilder- en
miniatuurkunst van de late middeleeuwen en de vroege Renaissance, de
periode die door Huizinga Herfsttij der middeleeuwen wordt genoemd. De
kennismaking - als tienjarig meisje - met de Aanbidding van het Lam
Gods in Gent ligt aan de basis van mijn fascinatie voor '' van Eyck en zijn
volgers'' die tot op de huidige dag voortduurt..
In deze tijd worden de meeste religieuze kunstwerken bewonderd
vanwege hun esthetische kwaliteiten. Ze zijn in musea terechtgekomen,
los van hun context en los van hun oorspronkelijke doel. Dat doel kon
tweeledig zijn: onderrichten van de ware kerkelijke leer, of aanzetten tot
meditatie, tot overweging van de afgebeelde heilsgebeurtenis. Als de
huidige beschouwer de reactie van de middeleeuwse gelovige wil
herbeleven, komt hij voor een barrière te staan, omdat hij de codes van
de voorstelling niet meer kent.
Voor een goed begrip van de afbeeldingen zijn een aantal geschreven
bronnen van belang. De oorsprong van vele voorstellingen ligt in de
Bijbelverhalen. Veel details die ons vertrouwd zijn geworden staan niet in
de Bijbel, maar zijn terug te voeren op apocriefe evangeliën, visioenen en
openbaringen, levensbeschrijvingen van Christus en Maria en allerlei
middeleeuwse legenden.
Aan de hand van uitgebreid beeldmateriaal ben ik daar in de lezingen
uitvoerig op ingegaan. In deze blog wil ik dat in beknopte vorm gaan
doen.