Heiligen


Missaal: Vanaf haar eerste jaren herdenkt de Kerk bijna elke dag van het jaar haar zonen en dochters die door een heldhaftige getrouwheid aan de verrezene Kristus verdiend hebben in zijn glorie te worden opgenomen en voor de strijdende Kerk een voorbeeld te zijn. Elk van deze machtige voorsprekers wordt gewoonlijk gevierd op zijn geboortedag, dit is, de verjaardag van zijn lichamelijke dood, waardoor hij geboren werd voor de glorie.

Ik begin iedere afzonderlijke bijdrage met het opschrift – al dan niet voorzien van een illustratie – uit mijn Romeins Missaal met Vespers uit 1950. Het is even wennen aan de ‘nieuwe’ spelling uit die tijd – K bijvoorbeeld in plaats van Christus – maar ik heb de citaten ongewijzigd overgenomen.

Dan volgen citaten uit Jacobus de Voragine, Legenda Aurea. Levens van de heiligen, vertaald en ingeleid door Ton Hilhorst en Carolien Hilhorst- Boink, een uitgave van Boom Amsterdam uit 2022.


De houtsneden in het boek zijn afkomstig uit de incunabel getiteld Legendario di Sancti historisato, uitgegeven in 1492 door Manfredo Bonelli in Venetië.

De Legenda Aurea of Gulden Legende, omstreeks 1260 samengesteld door de dominicanenmonnik Jacobus de Voragine, bisschop van Genua, was een van de eerste Europese bestsellers, het meest gelezen boek na de Bijbel.

In deze legendeverzameling is een duizendjarige traditie van Latijnse teksten bijeengebracht, keurig geordend volgens de officiële Romeinse kalender: iedere dag zijn eigen heilige of zijn eigen kerkelijk feest. Jacobus heeft geput uit de apocriefe evangeliën, commentaren van kerkvaders en theologen, en spannende volksverhalen over bekende en minder bekende heiligen.

De Legenda aurea was in het Latijn geschreven, en was in de eerste plaats bedoeld voor geestelijken, als een handzaam vademecum, een soort naslagwerk, waaruit zij stof voor hun prediking konden putten. Zijn doelgroep waren zijn ordegenoten, de dominicanen, een van de zogenaamde bedelorden, speciaal gesticht om ketterse opvattingen te bestrijden bij de sterk groeiende stedelijke bevolking. Door hun prediking kwamen de verhalen en legenden bij de gewone gelovige terecht. De invloed van de Legenda aurea op de christelijke iconografie is buitengewoon groot geweest. Het is dan ook onmisbaar om de beeldtaal van de middeleeuwen beter te kunnen ‘lezen’.

Als de heilige niet voorkomt in de Legenda aurea gebruik ik de beschrijving in De Heiligen van Stijn van der Linden.

Heiligenverering

André Vauchez (La Sainteté en Occident aux derniers siècles du Moyen Age): De heiligenlevens en mirakelboeken hebben tot doel de dienaren Gods in overeenstemming te brengen met een bepaald model, dat een algemeen erkende graad van christelijke volmaaktheid bezit – dat van de martelaar, de maagd, de belijder, enzovoort – en, daardoor, met de Christusfiguur.

Het is dan ook niet verbazingwekkend dat de heiligen allemaal op elkaar lijken en dat de wonderen die men hen toeschrijft, doen denken aan die in de evangeliën, van de vermenigvuldiging van de broden tot de opstanding uit de dood.

Uitgaande van deze bronnen is het moeilijk zich een concrete voorstelling te maken van het leven van deze personages, dat dikwijls is teruggebracht tot een opeenstapeling van stereotypen.

De heiligenverering is geen middeleeuwse uitvinding, ook al heeft zij toen een aanzienlijke ontwikkeling doorgemaakt. Alles vloeit in feite voort uit de verering van de martelaars, lange tijd de enige heiligen die door de christenen werden vereerd en die, ook nadat andere voorbeeldfiguren ingang hadden gevonden, binnen de Kerk groot aanzien bleven genieten.

De heilige was een mens die het contact tussen hemel en aarde tot stand bracht. Zijn ‘geboortedag’, de herdenking van de dag waarop hij het goddelijk licht zag en over de dood heen werd getild, werd het christelijke feest bij uitstek.

De feestdag van menig heilige was eeuwenlang een verplichte vrije dag – een holy day -en vaak aanleiding voor bedevaarten en dorps- of gildefeesten. Sommige van deze feestdagen vielen samen met de wisseling der seizoenen. Dit is bijvoorbeeld nog terug te vinden in het gebruik om met het planten van zomergoed te wachten tot de ijsheiligen (11-15 mei) voorbij zijn, of het aspergeseizoen af te sluiten op Sint-Jan (24 juni). Soms worden planten en kruiden naar heiligen vernoemd: Barbarakruid, Judaspenning etc.

Tot ver in de moderne tijd kregen – katholieke – kinderen bij de doop de naam van een heilige. Deze heilige bood bescherming tegen de listen en lagen van de duivel. Ook families – en dat geldt zeker voor adellijke families – gilden en verenigingen, steden en naties kozen voor een patroonheilige.

Heiligverklaring voor 1250

Een canonisatie voor 1250 was aan minder regels gebonden dan tegenwoordig. In feite kon men volstaan met het opgraven van de stoffelijke resten – elevatio - vervolgens werden die overgebracht naar een hoofdaltaar van een kerk – translatio – en daarna werden ze opnieuw ter aarde besteld – depositio.

Pas in de eerste helft van de dertiende eeuw kwam de heiligverklaring definitief in handen van de paus. Die benoemde een commissie die moest onderzoeken of de kandidaat (m/v) inderdaad voldeed aan een drietal eisen: hij/zij moest van onbesproken levenswandel zijn, diende de (rooms-katholieke) orthodoxie uit te dragen en na zijn/haar dood dienden wonderen plaatsgevonden te hebben dankzij de tussenkomst van de heilige-in-spe.

Bij de hervorming van de heiligenkalender in 1969 zijn heel wat heiligen geschrapt. Desondanks heb ik een aantal van hen toch opgenomen om de eenvoudige reden dat ze nog in mijn missaal voorkomen en omdat zij nog steeds deel uitmaken van de volksreligie.

Waarschuwing: De beschrijving en de uitbeelding van heiligenlevens, en met name hun marteldood, lijkt op een bezoek aan een gruwelkabinet. Auteurs van heiligenlevens, Jacobus de Voragine is geen uitzondering, lijken zich soms haast te verlustigen in de meest afschuwelijke martelpraktijken.

Vandaag

Heilige van vandaag en de komende dagen

Matthias