Feestdagen
2 November
Allerzielen
Tempera en goud op perkament, Latijn, 192 x 130 mm
New York, The Pierpont Morgan Library
Getijden van de doden: None
Folio 104 verso: Requiemmis
Folio 105 verso: Drie zielen in het vagevuur
Folio 107 verso: Bevrijding van zielen uit de Mond van het Vagevuur
Missaal
Allerzielen
2 november
Door overtalrijke Misoffers (elke priester mag vandaag drie Missen opdragen) vragen wij het volledig geluk voor de overleden gelovigen. De stemmingsgezangen zijn bedoeld als een smeking om het licht en vrede, ofwel als een waarschuwing voor de levenden, die op hun stervensdag geoordeeld worden.
De kleur van de gewaden is zwart.
Legenda
aurea
Allerzielen
De gedachtenis van alle overleden gelovigen –
De gedachtenis van alle overleden gelovigen op deze dag is door de Kerk ingesteld opdat met algemene weldaden diegenen geholpen worden die geen bijzondere weldaden kunnen krijgen.
Stijn
van der
Linden
Allerzielen is in de christelijke wereld uitgegroeid tot een belangrijke feestdag. De gedachtenis van alle overledenen werd in ca 1030 ingevoerd door St Odilo, abt van het benedictijnenklooster Cluny. Men trekt naar graven van familie en vrienden om er bloemen te leggen en te bidden.
Aflaten verdienen voor dierbaren in het vagevuur
In de middeleeuwse opvatting gingen slechts de meest zuiveren na hun dood (voor eeuwig) rechtstreeks naar de hemel, de allerslechtsten naar de hel. De meeste stervelingen echter moesten na hun dood gezuiverd worden in het zogenaamde vagevuur, het purgatorium.
Het begrip vagevuur [Latijn purgatorium = loutering] werd ontwikkeld door paus Gregorius de Grote (ca.540-604), een van de vier westerse kerkvaders. Het is een gebied dat deel uitmaakt van noch hemel noch hel, waar de zielen die hun dagelijkse zonden niet volledig hebben uitgeboet, moeten verblijven om te worden gelouterd, ‘gepurgeerd’, vooraleer ze naar de hemel mogen.
In 1439, op het concilie van Florence, werd de doctrine van het vagevuur in de officiële leer van de Kerk opgenomen. De driedeling van het hiernamaals in hemel, hel en vagevuur is in feite een middeleeuwse uitvinding, die de praktijk van de aflaten (indulgentia in het Latijn) bevorderde. Met de aflaatleer verwierp de Reformatie ook de leer van het vagevuur.
pérsjoenkelen
perdono
van Allerzielen
De mentale impact van een vaak eeuwenlang verblijf in het vagevuur was enorm, zoals Jacques Le Goff beschrijft in La Naissance du Purgatoire. Het had de mens regelrecht tot waanzin kunnen drijven, ware het niet dat de Kerk een geraffineerd mechanisme ontworpen had om het verblijf in het vagevuur te bekorten. Wie bij leven en welzijn bezittingen wegschonk aan kerkelijke liefdadigheidsinstellingen, kon het pijnlijke verblijf van zijn overleden familieleden in het vagevuur inkorten. Gregorius leerde dat ook gebed hun verlossing kon bespoedigen. De praktijk van het ‘pérsjoenkelen’. Allerzielen is daar een sprekend voorbeeld van.
Het woord is afgeleid van porziuncula, en heeft betrekking op het kleine kerkje in Assisi dat door Franciscus en zijn medebroeders werd herbouwd. In 1216 had Franciscus een visioen waarin Christus hem de genade verleende van een volledige aflaat voor de gelovigen die, na het ontvangen van de sacramenten van biecht en communie, het kerkje van Porziuncula bezochten. De Perdono di Assisi kon, na goedkeuring door paus Honorius III, verdiend worden op 2 en 3 augustus.
Een bezoek aan de parochiekerk was ook een voorwaarde voor het verlenen van de perdono van Allerzielen uit mijn kindertijd. Vanzelfsprekend hadden we in de week voor Allerheiligen gebiecht, en waren we op het feest zelf te communie geweest.
grootvader
en
buurvrouw
gered uit het
vagevuur
Ik was er als elfjarig meisje heilig van overtuigd dat ik door te pérsjoenkelen mijn grootvader en in het bijzonder onze jonge buurvrouw die in de zomer van dat jaar overleden waren, uit het vagevuur kon redden. Het volstond om in het kerkgebouw vijf Onze Vaders, vijf Wees Gegroetjes en vijf Glorie zij de Vaders te bidden. Na het zeggen van die gebeden ging ik de kerk uit, waarna ik weer binnenkwam en het ritueel herhaalde.
Vanaf de vijfde klas werden we door de school verplicht deel te nemen, en we maakten er een wedstrijd van wie de meeste aflaten kon verzamelen. Er waren nog wel een paar familieleden en dorpsgenoten die in aanmerking kwamen, maar op een gegeven moment ging het vervelen en besloten we dat degenen die nog niet gered waren maar een jaartje moesten wachten.
Getijdenboek
van
Catharina van Kleef
In de miniatuur bij de Vespers van het dodenofficie in het Getijdenboek van Catharina van Kleef zien we drie zielen in het vagevuur. In de mond van het vagevuur staat een lange, ongedekte tafel waaraan drie naakte zielen geknield liggen, hun handen gevouwen in gebed. Een engel komt naar de tafel gevlogen met een doek waarin kleine bruine voorwerpen liggen; dit blijken de broodjes te zijn, die in de voorafgaande miniatuur op het altaar lagen.
In de miniatuur bij de Completen van het dodenofficie zien we een engel vijf zielen bevrijden uit het vagevuur om ze te begeleiden naar de hemel.
17
Nieuwsbrief
Neem een gratis abonnement op de nieuwsbrief en ontvang een dagelijkse update!.

Leo van der Stappen
2025-11-02 10:26:32Leuk persoonlijk verhaal