Heiligen
21 Oktober
Ursulaschrijn van Hans Memling
Zuidelijke Nederlanden, ca. 1400-1420
Gepolychromeerd eikenhout,
hoogte 19,2 cm, breedte 27,9 cm, diepte 14,5 cm
Brugge, Sint-Janshospitaal
vóór 1489
Eikenhout, vergulde, gepolychromeerde sculpturen
en beschilderde panelen
91,5 x 99 x 41,5 cm
Lange zijden: elk tafereeltje 35 x 25,3 cm
Korte zijden: elk tafereel 57,5 x 18 cm
Brugge, Sint-Janshospitaal
Op de feestdag van de heilige Ursula, 21 oktober 1489, vond er een grote plechtigheid plaats in de kerk van het Sint-Janshospitaal in Brugge. Toen werden de relikwieën van Ursula uit het oude schrijntje (dat nog in het hospitaal bewaard wordt) genomen en in het Ursulaschrijn van Memling opgeborgen. Als patrones zorgde Ursula - toepasselijk voor een hospitaal - voor een vredige dood. Ook de heilige Barbara – links van haar – was Patroonesse tegen eene haestige dood. Mensen waren als de dood voor een schielijk overlijden zonder de laatste sacramenten – biecht, communie en heilig oliesel - te kunnen ontvangen.
De houten reliekkast heeft de vorm van een kapel met een zadeldak. De schilderingen zijn als het ware de glas-in-loodramen van het heiligdom. Op de ene smalle zijde staat een Maria met Kind in een gotisch koor, met twee knielende hospitaalzusters naast zich. Op de andere smalle zijde is Ursula in een soortgelijk decor voorgesteld met een pijl in haar rechterhand. Tien maagden schuilen onder haar mantel.
Memling brengt in slechts zes scènes de pelgrimstocht van Ursula in beeld, drie op iedere lange zijde. Elke scène omvat diverse episoden van de legende. Het verhaal vangt aan met de eerste halte op de Rijn in Keulen. Memling liet de voorgeschiedenis van het huwelijksaanzoek, het samenbrengen van de 11.000 maagden enzovoort weg.
Het geheel is ongelooflijk gedetailleerd en subtiel uitgewerkt. Treffend is bijvoorbeeld het realisme van de Keulse stadsgezichten. (Memling moet zelf ooit in Keulen zijn geweest), van de boten, de planten, de kostuums en de wapenrustingen waarin de omstanders zich weerspiegelen.
Legenda
aurea
Eindelijk, toen Ursula alle maagden tot het geloof had bekeerd, voeren ze in één dag bij een gunstige wind naar Tiel, een haven in Gallië. Vandaar kwamen ze in Keulen aan, waar een engel van de Heer aan Ursula verscheen en haar voorzegde dat zij daar voltallig zouden terugkomen en er de kroon van het martelaarschap zouden ontvangen.
Aankomst in Keulen
Geholpen door enkele van haar gezellinnen stapt Ursula uit een van de boten die aan de kade van Keulen is aangemeerd. Het gezelschap begeeft zich door een van de stadspoorten. Matrozen laden de bagage uit het ruim. Door twee vensters van een huis rechts naast de poort kijken we in Ursula’s slaapkamer waar een engel haar verkondigt dat zij bij haar terugkomst in Keulen de marteldood zal sterven.
Aankomst in Basel
Daarvandaan gingen ze op aanwijzing van de engel op weg naar Rome. Bij de stad Bazel gingen ze aan land, lieten hun schepen daar achter en gingen te voet naar Rome.
De vloot, die slechts door twee boten wordt verbeeld, legt aan in Bazel. We zien dat Memling ook mannelijke pelgrims liet meevaren zoals beschreven in het visioen van Elisabeth van Schöngau (1123-1164). Matrozen rollen de zeilen op. Het stadsbeeld is imaginair. Rechts verlaten de pelgrims Bazel om te voet de tocht naar Rome voort te zetten. De besneeuwde Alpen op de achtergrond leggen de verbinding met het volgende tafereel.
Aankomst in Rome
Hun aankomst vervulde paus Cyriacus met grote vreugde. Samen met de hoge geestelijkheid ontving hij hen met de hoogste eer. Diezelfde nacht nog werd aan de paus van Godswege geopenbaard dat hij met de maagden de martelaarspalm zou ontvangen. De heilige Cyriacus trok dus samen met deze edele schare maagden de stad uit.
Vertrek uit Basel
Toen de gewijde maagden met de genoemde bisschoppen op de terugreis waren van Rome, werd Ethereüs; die in Brittannië was gebleven, door de Heer gewaarschuwd snel op reis te gaan en zijn bruid tegemoet te trekken om samen met haar in Keulen de martelaarspalm te ontvangen.
In Rome worden de pelgrims ontvangen door paus Cyriacus aan het portaal van een imaginair kerkgebouw. Achter Ursula knielt, geheel in het rood gekleed, haar verloofde Etheriüs, die zich bij haar heeft gevoegd. In het gebouw ernaast wordt de biecht gehoord van Etheriüs, krijgt Ursula de communie toegediend en worden de ongedoopten gedoopt.
Marteldood in Keulen
Alle maagden keerden dus met de eerdergenoemde bisschoppen naar Keulen terug en troffen de stad reeds belegerd door de Hunnen aan. Zodra de barbaren hen in het oog kregen, stortten ze zich onder luid geschreeuw op hen. Ze gingen als wolven onder schapen tekeer en moordden de hele schare uit.
Marteldood van Ursula
Toen ze na het ombrengen van de anderen bij de heilige Ursula kwamen, stond de aanvoerder verstomd bij de aanblik van haar ongelooflijke schoonheid. Hij poogde haar te troosten over de gewelddadige dood van de maagden en beloofde dat hij haar tot zijn echtgenote zou nemen. Maar toen zij dit onverbiddelijk afwees en hij zich afgewezen zag, richtte hij zijn pijl en doorboorde haar. Zo voltooide ze haar martelaarschap.
Beide taferelen lopen ruimtelijk door en spelen zich af aan de oostelijke oever van de Rijn. Op de voorgrond zien we de slachtpartij op de twee schepen. Etheriüs wordt in de armen van Ursula doodgestoken. De Hunnenkoning heeft zijn oog op Ursula zelf laten vallen. Wanneer zij niet wil ingaan op zijn avances, schiet hij haar dood met een pijl.
35
Recente Blogs
Categorieën
Nieuwsbrief
Neem een gratis abonnement op de nieuwsbrief en ontvang een dagelijkse update!.
