Feestdagen
1 Januari
Voorhuid in Antwerpen
Friedrich Herlin, Retabel van de Twaalf Apostelen,1466
Olieverf op paneel
Rotenburg ob der Tauber, Sint-Jakobskerk
Linkerluik: Besnijdenis (detail)
ca. 1500-25
Olieverf op paneel, 34,5 x 26,5 cm
Gent, Museum voor Schone kunsten [Inv. 1953 - Q]
Legenda
aurea
[4.4] Over het vlees van de besnijdenis van de Heer wordt verteld dat een engel het naar Karel de Grote heeft gebracht en dat deze het met groot eerbetoon in Aken in de kerk van de heilige Maria heeft geplaatst. Volgens de overlevering heeft Karel het later overgebracht naar Charroux. Nu bevindt het zich, naar verluidt, in Rome in de kerk die Sancta Sanctorum wordt genoemd.
Daarover kan men ter plaatse deze inscriptie lezen: 'Het vlees van Christus besneden alsook zijn beroemde sandalen en zijn dierbare navelstreng prijken hier in de zalen.' Daarom is er op deze dag ook een statie in de Sancta Sanctorum.
Sanctum Praeputium Domini
In de late middeleeuwen beweerden minstens een dozijn kerken het Sanctum Praeputium Domini, de Heilige Voorhuid van Jezus Christus, te bezitten.
Een belangrijke impuls gaven de Openbaringen van Birgitta van Zweden, die in een visioen in de Sint-Jan van Lateranen in Rome, uit de mond van Maria vernam dat zij het voorhuidje aan de apostel Johannes had gegeven en dat het nu werd bewaard in het gouden reliekschijn dat Birgitta nu voor zich zag. De Heilige Maagd spoorde volgens Birgitta aan tot openbare verering.
De relikwie in Sint-Jan van Lateranen zou na de Plundering van Rome (1527) door Duitse huursoldaten aan de kerk van Calcata, een dorpje ten noorden van Rome, zijn geschonken De relikwie is in 1983 gestolen. Daarmee verdween het laatste stukje Heilige Voorhuid voorgoed.
Antwerpse Heilige Voorhuid
In De geuren van de kathedraal beschrijft Wendy Wauters de verering van de reliek in Antwerpen: Het besnijdenisfeest stond in het teken van de alom geliefde Antwerpse reliek de Heilige Voorhuid. Dit stukje van Christus was na zijn hemelvaart een van de weinige lichamelijke resten – naast zijn navelstreng, haren en wat melktanden – die op aarde zouden zijn achtergebleven, aangezien Jezus conform de joodse traditie als kind was besneden.
Wereldwijd waren er een twintigtal Heilige Voorhuiden te vinden, maar het Antwerpse exemplaar werd vol overtuiging als het echte beschouwd, ook al durfden sommige buitenstaanders dat in twijfel te trekken. Nadat de populaire mystica Birgitta van Zweden in 1391 de authenticiteit van de Antwerpse Heilige Voorhuid had betwist, was het aantal pelgrims en lokale aanhangers een tijdlang scherp gedaald.
Als tegenreactie had het Onze-Lieve-Vrouwekapittel in 1410 een brief verspreid waarin de verrichte wonderen en de echtheid van de reliek werden benadrukt, en in 1426 werd de Besnijdenisbroederschap opgericht. Het kapittel verklaarde in de brief dat het niet zozeer de volledige Heilige Voorhuid in bezit had, maar wel ‘belangrijke delen’ ervan. Deze initiatieven hadden succes, want niet veel later herleefde de cultus als nooit tevoren, tot de reliek tijdens de verwoestende Beeldenstorm van 1566 onherroepelijk verloren zou gaan. Maar tot dan was de toestroom van pelgrims tijdens de openbare toonmomenten op Nieuwjaar en Drievuldigheidszondag zonder meer hallucinant.
Keert de heilige voorhuid na 547 jaar terug naar Antwerpen?
Ik citeer Patrick Vincent in Gazet van Antwerpen Stad en Rand (3 januari 2013)
Dit jaar is het 547 jaar geleden dat een van de belangrijkste relikwieën van de katholieke kerk in Antwerpen werd gestolen. In 1566 roofde een beeldenstormer de voorhuid van Christus uit de Onze-Lieve-Vrouwkathedraal. Burgemeester De Wever (N-VA) wil de relikwie terug.
Een prioriteit zal het nieuwe bestuurscollege de voorhuid van Christus niet noemen. U zult de queeste nergens in het bestuursakkoord vinden. En toch zal Bart De Wever een poging wagen om “de Antwerpse voorhuid” terug naar de Scheldestad te halen. Niet vanwege de echtheid van het relikwie. “Die is zeer twijfelachtig.” Ook niet om de religieuze waarde die anno 2012 zeer beperkt is. Voor De Wever gaat het in de eerste plaats om een voorwerp dat honderden jaren lang in Antwerpen werd aanbeden en deel uitmaakt van de geschiedenis van de stad.“ Dat voorwerp terugbrengen zou een historische sensatie zijn.”
Het was het tijdschrift P-magazine dat vorig jaar de vergeten relikwie opnieuw in de actualiteit bracht. Het blad ontdekte dat de Praeputium Domini, Latijn voor de voorhuid van de Heer, in het Palazzo Orsini in het Toscaanse stadje Pitigliano rust. Vandaag is het Palazzo een museum, maar destijds was het in handen van het beruchte Florentijnse bankiersgeslacht de’ Medici.
Volgens medewerkers van het museum is de collectie van Cosimo III nog intact. Probleem: enkel de bisschop van Pitigliano kan toestemming geven om de collectie, die achter slot en grendel wordt bewaard, zelfs maar te ‘bezichtigen’. En alleen een officiële instantie kan daarvoor een verzoekschrift indienen. Daar wringt het schoentje. Noch de directie van onze kathedraal, noch bisschop Bonny zijn bereid om het kleinood terug te vragen. De verering van relikwieën wordt door het bisdom als “niet meer van deze tijd beschouwd”. Of de Antwerpse burgemeester als wereldlijke instantie wel voldoende gewicht in de schaal legt, zal moeten blijken.
46
Recente Blogs
Categorieën
Nieuwsbrief
Neem een gratis abonnement op de nieuwsbrief en ontvang een dagelijkse update!.
