Mariafeesten
8 Mei
Onze Lieve Vrouw van Halle
Olieverf op paneel, 30,8 x 21,2 cm
Amsterdam, Rijksmuseum [SK-A-4986]
nachtelijke bedevaart naar Onze Lieve Vrouw van Halle
In 1960 gingen mijn oudere zus Suzanne en ik voor het eerst mee op een nachtelijke bedevaart naar Halle. Wij waren uitgenodigd door nonkel Alfons, die ieder jaar een grote groep bedevaartgangers begeleidde. In Aalst, de stad van waaruit we vertrokken, bestond sinds 1892 een Broederschap van de Onze Lieve Vrouw van Halle.
De afstand bedroeg ongeveer 40 km en onderweg werd de rozenkrans gebeden, en Marialiederen gezongen. We vertrokken om 8 uur en kwamen tegen de ochtend aan, op tijd voor de vroege pelgrim mis. Pas daarna gingen we ontbijten, doodmoe, voeten vol blaren, maar ontzettend tevreden dat we dit hadden volbracht. We gingen gelukkig met de bus terug!
Ik kan me niet herinneren dat ik de bedevaart maakte om een bijzondere gunst af te smeken bij het miraculeuze beeld; de nachtelijke tocht leek me een spannend avontuur.
In 1964, tijdens onze verkering, heb ik samen met Leo, dezelfde nachtelijke bedevaart nogmaals gelopen. Ik weet niet of Onze Lieve Vrouw van Halle er iets mee te maken heeft, maar meer dan zestig jaar later zijn we nog samen.
Deze bedevaart vond niet in mei plaats, maar in september, maar in het kader van de Maria bedevaarten heb ik hem toch in mei opgenomen.
De Zwarte Madonna van Halle
Het beeld van de Onze-Lieve-Vrouw van Halle is 92,5 centimeter hoog. Het is van het type van de sedes sapientiae en virgo lactans: Maria wordt zittend afgebeeld terwijl ze Jezus de borst geeft. Het beeld werd op 4 oktober 1874 in opdracht van paus Pius IX gekroond.
Over de oorzaak van de kleur bestaat geen overeenstemming. Is het zwart omdat hoofden en handen ooit bedekt waren met zilver dat geoxideerd is? Is het zwart door de inwerking van kaarsroet en wierook? Is het altijd zwart geweest omdat het thuishoort in de eeuwenoude traditie van zwarte Mariabeelden?
Een legende uit 1489 vertelt, dat Onze-Lieve-Vrouw van Halle 470 ijzeren kanonballen opving in haar mantel om de stad te beschermen tegen de troepen van Filips van Kleef (1459-1528), veldheer en admiraal van de Nederlanden. Zo ontstond de legende van de Zwarte Onze-Lieve-Vrouw van Halle: toen zij de kanonballen opving in haar mantel werden haar gezicht en haar handen zwart van het buskruit. De kanonballen liggen nog steeds in een nis in de basiliek.Het Mariabeeld werd in 1250 door Sofia van Thuringen, echtgenote van de hertog van Brabant, aan de stad Halle geschonken. Sedertdien is Halle een drukbezocht bedevaartsoord. In 1341 werd begonnen met de bouw van de Sint Martinuskerk, een grote bedevaartkerk met een kapel voor het miraculeuze beeld. In 1410 werd de kerk ingewijd door de bisschop van Kamerrijk.
adellijke vereerders toen en nu
Dat Filips de Stoute, hertog van Bourgondië, in 1404 te Halle overleed, was eigenlijk een opsteker voor de reeds bloeiende bedevaartplaats. Sindsdien bezochten alle Bourgondische hertogen, hun familieleden, raadsleden en andere regerende vorsten het beeld in Halle en lieten er rijke giften achter.
Mathilde d’Udeken d’Acoz , de latere koningin van België, huwde op 4 december 1999 met Filip, kroonprins van België. Na de huwelijksvoltrekking schonk zij het bruidsboeket aan de Zwarte Madonna van Halle. Dit is een veelzeggend gebaar, want Onze-Lieve-Vrouw van Halle wordt aangeroepen voor onder andere zwangerschap.
pelgrimsteken
Dit Portret van een Afrikaanse man van Jan Mostaert in het Rijksmuseum, is het enig bekende portret van een zwarte man in de vroege Europese schilderkunst. Waarschijnlijk was hij in dienst aan het hof van keizer Karel V in Brussel. Het Maria-insigne op de muts herinnert aan een pelgrimstocht naar Halle, een favoriet pelgrimsoord van het Brusselse hof.
Wij weten dat Karel V in 1520, voordat hij naar Aachen ging om tot keizer van het Heilig Roomse Rijk der Duitse Natie gekroond te worden, uit Brussel naar Halle kwam om het Mariabeeld eer te bewijzen, en te danken voor zijn verkiezing. Zijn broer Ferdinand was in zijn gezelschap. Het spreekt voor zich dat ze niet alleen waren. Ze waren vergezeld door leden van Karels hof en een uitgebreide lijfwacht. Eén van die lijfwachten was Christophle le More, Mostaerts Afrikaan.
Het gaat om een zilveren insigne, met een diameter van 3,5 cm. Een dergelijk exemplaar wordt bewaard in het Germanisches Nationalmuseum te Nürenberg. ( Ik heb helaas geen afbeelding kunnen vinden).
Louis Paul Boon:
Lievevrouw van de Gehangenen
Louis Paul Boon schreef in Het Geuzenboek uit 1979 over Hendrik Marschal die in Brugge aan ophanging ontsnapte omdat het touw brak nadat hij tot de zwarte Maria van Halle had gebeden:
...en men schonk hem genade. Niemand wist dat deze zuiplap een valse Hendrik Marschal was, uit de goot opgeraapt om hem een mirakuleuze redding van de dood te laten rondventen. En hij toonde een perkament, hem bezorgd door de deken van Onzelievevrouw van Halle. En vele dwazen, die vreesden dat ze die dag of de volgende aan de strop konden sterven, liepen in groot aantal met hun laatste duiten naar Halle en legden die neer in de schaal der kerk, en de deken raapte ze op. Zo werd Onze Lievevrouw van Halle zeer lang de Lievevrouw van de Gehangenen genoemd...
30
Recente Blogs
Categorieën
Nieuwsbrief
Neem een gratis abonnement op de nieuwsbrief en ontvang een dagelijkse update!.
